J.A.L. Posthuma D.O.

mro nl


osteopathie_posthuma@casema.nl


Gezond aan Zee, Scheveningen/ Den Haag


GHC Acacialaan Pijnacker





Bijgewerkt 24 september 2018

Tel:015-3610874

Mob: 06-45486709

Copyright 2012 © Hans Posthuma

Alle rechten voorbehouden.

Home Wat is Osteopathie Kinderen en Baby's Osteopathie en Sport Indicaties Medical Taping Locaties Wie ben ik Kosten en Vergoedingen Links Contact-intakeformulier Klachten en geschillen Wkkgz Medische expeditie Kenia

Disclaimer  

Privacy beleid

Hoe ziet de osteopaat het lichaam?


Hij onderscheidt drie bewegingssystemen, waarin bewuste en onbewuste bewegingen voorkomen. Deze bewegingen vinden plaats in respectievelijk het pariëtale systeem, het viscerale systeem en het craniosacrale systeem.

 

Pariëtale systeem, het ons bekende bewegingsapparaat (hoofdzakelijk bewuste bewegingen, denk aan benen, spieren, gewrichten).
De grootste bewegingen zijn bestemd om te kunnen lopen, dansen, springen enz. Hiervoor hebben we botten, gewrichten en spieren. Een geblokkeerd (slecht bewegend) gewricht geeft pijn. We kunnen dan bijvoorbeeld onze rug niet meer strekken of de knie buigt niet meer voldoende. 

 

Viscerale systeem, inwendige organen met bloedvaten en lymfestelsel, bv.  in keel-, borst-, en buikholte (hoofdzakelijk onbewuste bewegingen, denk aan longen, hart, darmen, maag etc).
Veel kleiner maar nog steeds zichtbaar en goed voelbaar zijn de bewegingen die ontstaan door b.v. de ademhaling. Het middenrif (de ademhalingsspier) vormt bij elke ademhaling een pompfunctie voor de buikorganen. Dit stimuleert tevens de bloedsomloop en verbetert de darmwerking. Wist u dat door de bewegingen van het middenrif de nieren bij elke ademhaling zo'n twee tot drie centimeter dalen? Heen en terug is dat al gauw zo'n 600 meter per dag! 

 

Craniosacrale systeem, schedel, wervelkanaal, heiligbeen, zenuwstelsel plus hersenvochtcirculatie.
Deze bewegingen zijn heel klein en niet zichtbaar, maar wel voelbaar voor een geoefend osteopaat. Het gaat om zacht heen en weer gaande ritmische bewegingen. Zij vormen een soort eb- en vloedbeweging van de vloeistoffen in de weefsels. Hierdoor blijft de vloeistofstroom tussen de cellen intact. Het ritme stimuleert het transport van belangrijke voedings- en afvalstoffen door de celwand. Dit mechanisme wordt de 'celademhaling' genoemd. Het gevolg van dit microritme is dat de cellen in een goede conditie kunnen blijven. 


Er is een voortdurende wisselwerking tussen de bewegingen van de drie systemen. Normale lichaamsbewegingen doen ook organen in borst en buik bewegen. De drie systemen zijn onderling verbonden door bindweefsel, bloedvaten, lymfevaten en zenuwen. Belangrijk is de vloeistofstroom tussen deze drie systemen. We onderscheiden: bloed, lymfe en hersenvloeistof (liquor).

Deze drie vloeistoffen moeten vrij kunnen stromen in het lichaam. Dit stromen neemt af bij verminderde weefselbeweeglijkheid met als gevolg verzuring en vervuiling van de weefsels. Hierdoor ontstaat pijn en functieverlies van het getroffen weefsel. Daardoor kan een van de belangrijkste functies - het natuurlijk afweersysteem - verzwakt raken, of juist overgevoelig gaan reageren, b.v. in de vorm van overgevoeligheid, pijn, voedselintoleranties en/of allergieën. Soms zal het lichaam zo'n sterk vervuild gebied inkapselen en dan kan er een ontsteking op volgen. Een ontsteking kun je dan zien als een heftige poging van het lichaam de schadelijke stoffen kwijt te raken, door een versterkte vloeistofstroom en een grotere activiteit (warmte, zwelling, pijn, functiebeperking). Als het lichaam zelf niet in staat is de ingekapselde gifstoffen op te ruimen, zal een osteopaat het lichaam over het dode punt heen kunnen helpen door de weefsels weer in hun beweging te stimuleren. De vloeistofstroom kan vervolgens weer vrij op gang komen en de ontsteking zal verdwijnen. Klachten kunnen ook ontstaan wanneer er bewegingsblokkades optreden in of tussen de systemen. Het lichaam zal zelf proberen deze blokkades te compenseren, c.q. op te heffen. Gewoonlijk lukt dat, maar niet altijd.

 

Voorbeeld


De patiënt heeft pijn in zijn linkerschouder (pariëtaal systeem). Veelal vindt de osteopaat bij onderzoek een (bewegings)probleem van de bovenbuikorganen, m.n. de maag (visceraal systeem). De osteopaat brengt het betreffende orgaan (organen) weer terug in z'n oorspronkelijke beweging en de schouderklacht (compensatieklacht) verdwijnt.
N.B.: De patiënt hoeft in het geheel geen buikklachten te hebben. De bewegingsblokkade in de buik manifesteert zich via schouderpijn. Gebruikelijke behandelingen zoals fysiotherapie en/of medicijnen zullen in dit geval geen (blijvend) resultaat opleveren omdat ze slechts het symptoom pijn bestrijden en niet de oorzaak. We zien vaak dat klachten niet daar ontstaan waar de primaire oorzaak zich bevindt en dat er een aanzienlijke periode (soms zelfs jaren) kan bestaan tussen de oorsprong en de klacht waarvoor de patiënt zich laat behandelen.

 

Een enkelblessure kan jaren later rugpijn of hoofdpijn veroorzaken.

Een val op het staartbotje kan na verloop van tijd migraine of duizeligheid veroorzaken.

Een tangverlossing kan bij kinderen, leer-, gedrags- of motorische stoornissen tot gevolg hebben.

Buikoperaties kunnen naar verloop van tijd, stoelgangproblemen, rugpijn, hoofdpijn, nek- schouderpijnen veroorzaken.



Hoe ontstaat bewegingsverlies van weefsels?

 

Bewegingsverlies ontstaat door oorzaken van buiten af of door processen in het lichaam zelf. Overbelasting van weefsels speelt hierbij een centrale rol. Te grote krachten van buitenaf tasten de kwaliteit van weefsels aan, dit leidt tot verhardingen. Het gaat dan bijvoorbeeld om een harde val of kneuzing (ook in het verre verleden), een operatie, botbreuk of soms zelfs een gecompliceerde tandheelkundige behandeling.

 

Ook een zware bevalling of een vacuümverlossing waarbij het schedeltje van de baby veel te lijden heeft, kan aanleiding geven tot bewegingsverlies. Processen vanuit het lichaam zèlf verlopen ingewikkelder.

 

Erfelijkheid kan een rol spelen; bepaalde families hebben van nature een hardere of stuggere bouw.

 

Ontstekingen in weefsels kunnen littekens achter laten.

 

Overbelasting door verkeerde voeding kan uiteindelijk leiden tot ophoping van gifstoffen, waardoor de weefsels verharden.

 

Andere interne krachten, en vaak veel subtieler, zijn gevoelens en emoties. Organen en weefsels worden hierdoor beïnvloed.. Langdurige stress en spanning zetten de (bij)nieren en darmen onder druk. Lever en gal hebben het zwaar te verduren als ergernis, irritatie, woede, niet kan worden geuit. Angst werkt verstijvend. Dit heeft nadelige gevolgen voor o.a. beweging van nieren en longen. We hebben het over gewone, dagelijks voorkomende emoties, maar het negatieve effect is het gevolg van het langdurig bestaan daarvan.